18 november 2013

Het Kortrijks winkelpersoneel spreekt - Gemeenteraad november 2013

 

Het Kortrijks winkelpersoneel heeft gesproken!  En dat is toch wat het stadsbestuur wil?  Dat mensen laten weten waar het met onze stad naar toe moet en dat ze de stad mee vorm geven.

Op 8 november ll. was er in dit kader een info-en getuigenavond, georganiseerd vanuit de vakbonden LBC-NVK en ABVV-BBTK waarop het Kortrijkse winkelpersoneel haar bezorgdheden kenbaar mocht maken.  Een bezorgdheid die ze blijkbaar ook delen met de handelaars en de inwoners van onze stad. Alle gemeenteraadsleden werden uitgenodigd en ook velen gaven daar gevolg aan.  Een teken aan de wand dat velen de geuite bezorgdheden wel degelijk belangrijk vinden?  Hoewel politici enkel uitgenodigd werden om te luisteren en het niet de bedoeling was om te overleggen, te dialogeren of te debatteren, werd vanuit een aantal leden van de meerderheid meegedeeld dat het dossier opnieuw zou worden bekeken in functie van een aangekondigde overlegronde van 15 november.  Er was immers consensus over het feit dat de diverse bijdrages zinvol waren in de verdere evaluatie van het dossier. 

Een wezenlijk verschil is dat met wat ik als antwoord kreeg van de Schepen van Economie op mijn vraag tijdens de vorige gemeenteraad van 14 oktober.  En daarom kwam ik opnieuw tussen. Voor een deel met gelijklopende vragen, gezien het voor mij op onduidelijk is wat nu het standpunt is van de stadscoalitie. Met volgende fundamentele onduidelijkheden: Hoe ziet het ‘nieuwe’ Kortrijk er in dit dossier uit? En waar zit de samenhang in deze coalitie? 

Ik haalde ook een deel nieuwe vragen aan.  Het college besliste in haar zitting van 22 oktober reeds om een aanvraag in te dienen tot erkenning als toeristisch centrum volgens het KB van 16 juni 2009 (tot uitvoering van de wet van 10 november 2006).  Daarmee wacht ze het resultaat van de overlegronde op 15 november niet af. Dit inspraakmoment wordt hierdoor in principe overbodig. 

Vormelijk kunnen er bijgevolg al een resem bedenkingen worden geformuleerd.  Veel belangrijker is echter de inhoudelijk weerslag van de erkenningsaanvraag: 

  • Voor het winkelpersoneel: Zij hebben zeker oor naar de ambities van de stad op vlak van citymarketing.  Dat het nu reeds aangenaam winkelen is in Kortrijk, hangt ook in belangrijke mate af van de beroepseer van het winkelpersoneel.  Zij dragen op vandaag al in belangrijke mate bij aan het imago van de stad. Het gaat echter vaak om mensen en jobs waarvan of waarin reeds heel wat flexibiliteit gevraagd wordt: vaak deeltijdse contracten, variabele uurroosters, bereidheid tot weekendwerk, eerder lage verloning en beperkte financiële extra’s, polyvalentie en werkdruk.  Het merendeel (80%) zijn vrouwen met een beperkte anciënniteit (de helft <2 jaar). Ik raad u aan om de statistieken inzake inkomensverdeling (Eurostat) eens onder de loep te nemen en deze tegen het licht te houden van armoederapporten.  U zal heel wat parallellen met dit dossier kunnen trekken. Het hoeft niet te verwonderen dat deze jobs niet echt gegeerd zijn en dat er nogal wat personeelsverloop is.  Heeft u er al aan gedacht wat de impact zal zijn van de erkenning als toeristisch centrum op de invulling van deze knelpuntberoepen?  Er is immers geen toeslag voor zondagswerk in een toeristisch centrum! Maar de impact is nog het grootst op sociaal en familiaal vlak.  Het winkelpersoneel dreigt herleid te worden tot wisselgeld voor de prijs die betaald wordt bij de invoering van koopzondagen. Hoeft het nog gezegd dat het winkelpersoneel tegen is?

 

  • Voor de handelaars: Dat je via deze regeling de job van goed en geschikt winkelpersoneel in de hoek drumt van de knelpuntberoepen, daar hebben ook de handelaars en UNIZO reeds voor gewaarschuwd.  Zij wijzen –terecht- op de mogelijkheden die er nu reeds zijn binnen het algemene wettelijke kader (wet van 10/11/2006 betreffende de openingsuren), waardoor men in principe reeds 6 zondagen per jaar personeel kan tewerkstellen en conform art. 15 al zeker 15 zondagen per jaar open kunnen zijn in bijzondere en voorbijgaande omstandigheden of ter gelegenheid van jaarbeurzen en jaarmarkten. Zonder welke aanvraag dan ook, beschikt de stad nu reeds over de mogelijkheid om handelaars te ondersteunen in het organiseren van een aantal sterke evenementen gericht op de Franse markt.  Handelaars zijn dan ook absoluut vragende partij om in eerste instantie deze mogelijkheden maximaal aan te wenden alvorens na te denken over alternatieven.  Bovendien valt te verwachten dat met name kleinhandel en authentiek vakwerk het slachtoffer zullen worden van een onhoudbaar concurrentieopbod.  En net zij geven de ziel van onze stad een gezicht.  Zondagsopening staat voor ondernemend Kortrijk immers gelijk met een rendementsspreiding ipv een rendementsverhoging, met heel wat extra kosten en met een relatie met het personeel die onder druk komt te staan. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat handelaars en winkelpersoneel verenigd staan in hun vraag om af te zien van koopzondagen en in eerste instantie de vrijdagavonden en zaterdagnamiddagen sterk in te vullen. 
  • Voor de stad en haar inwoners: Door de Kortrijkzaan zelf wordt voornamelijk lauw gereageerd.  Uiteraard heeft het uitbreiden van de mogelijkheden inzake funshopping zijn supporters.  Het is normaal dat wie graag winkelt, niet tegen de uitbreiding van de MOGELIJKHEDEN is.  Of men daarom ook effectief zijn of haar gedrag zal aanpassen, valt nog te bezien. De vraag rijst bovendien welke garanties of aanwijzingen er zijn dat deze –toch niet geringe- ingreep ook effectief meer toeristen op de been zal brengen. De fundamentele vraag bij veel mensen blijft: wat zal dit fundamenteel veranderen voor de beleving, de aantrekkingskracht en de authenticiteit van Kortrijk.  En impliciet valt hierbij reeds het antwoord te horen: bitter weinig! 
  • En zelfs de pers laat op facebook haar bedenkingen horen.  Ook zijn zien het niet: Wat heeft Kortrijk hierbij te winnen? 

Het zou daarom in eerste instantie eens goed zijn om van het college te vernemen wie wel iets te winnen heeft bij de erkenning als toeristisch centrum.

  1. Hoe evalueert het college de actie ‘Het Kortrijks winkelpersoneel spreekt’?
  2. Welke invloed heeft dit op de reeds ingediende erkenningsaanvraag?
  3. Hoe staat men tegenover de vrees van UNIZO over inkomensspreiding en het in de hand werken van winkelpersoneel als knelpuntberoep?

De erkenningsaanvraag als toeristisch centrum die tot op heden hardnekkig werd verdedigd door het stadsbestuur legt ook een aantal fundamentele principes bloot over hoe ‘het nieuwe Kortrijk’ er moet uitzien.  De economische meerwaarde die deze beslissing moet genereren, is de hoeksteen van dit verhaal. En daarvoor wordt de maskerade van warmte en gezelligheid niet geschuwd.  De visie blijft echter steken bij de perceptie van Kortrijk als nietsontziende consumptiemachine. 
CD&V gaat er zeker mee akkoord dat moet worden ingezet op een sterk (maar ook gedragen) winkel- en pandenbeleid en is zeker bereid om hier actief aan mee te werken.  Maar is dat alles?  Heeft Kortrijk dan geen grotere ambities? 
De twijfel heerst: Wil het stadsbestuur dat Kortrijk echt een warme, doorleefde stad is of wil ze doen alsof? Om de beeldspraak van de Kortrijkse winkeldames te citeren: “Is er in Kortrijk nog tijd en ruimte voor KWALI-TIJD?”  

Het zou ook goed zijn te vernemen wat het stadsbestuur wil ondernemen tegen de sociale impact die deze beslissing met zich meebrengt.

  1. In welke mate heeft de zorg rond arbeid/gezin gespeeld in de besluitvorming van het college?
  2. Wat zijn de resultaten van het overleg met de bonden dat op 15 november heeft plaatsgevonden?
  3. Hoe kwalificeert het CBS de economische meerwaarde die als hoeksteen  wordt gezien binnen dit dossier?  
Categorie: 
 

Agenda

Mijn agenda voor de week van

20 tot 26 november 2017.

Twitter

Nieuwsbrief

Wil je inschrijven voor de nieuwsbrief, klik hier

Laatste foto's