Kwaliteitsvol onderwijs in het Zuiden

Ondanks de sterke vooruitgang in de toegang tot lager onderwijs van het laatste decennium kampen onderwijssystemen in het Zuiden nog steeds met zeer grote uitdagingen in het onderwijs. Naast de 57 miljoen kinderen die nog altijd niet naar de lagere school gaan, zijn er 68,5 miljoen kinderen die geen toegang hebben tot lager middelbaar onderwijs. Bovendien leren naar schatting 250 miljoen kinderen die wel naar (de lagere) school gaan er door de slechte kwaliteit van het onder- wijs zo goed als niets bij. Ook deze kinderen hebben in feite geen toegang tot het recht op (zinvol) onderwijs.

De situatie in de hogere onderwijsniveaus is als ge- volg van de cumulatie van uitsluiting en uitval in de lagere onderwijsniveaus uiteraard ook precair. Wereldwijd volgt minder dan 1 op 3 jongeren een vorm van hoger onderwijs. In lage inkomenslanden is dit gemiddeld zelfs minder dan 1 op 12 (in bepaalde landen tot 1 op 50 of zelfs minder). Toegenomen scholarisatie, stijgende bevolkingsdruk, de steeds hogere eisen gesteld aan het onderwijs vanuit samenleving en bedrijfsleven, oorlogen en conflicten, corruptie, enzovoort versterken bovendien de uitdagingen waar onderwijssystemen in het Zuiden mee kampen.

Terwijl de uitdagingen met betrekking tot onderwijs in het Zuiden groter lijken dan ooit, daalt de internationale steun voor onderwijs in het Zuiden al enkele jaren. Vooral bilaterale donoren hebben de laatste jaren hun steun aan de onderwijssector gevoelig teruggeschroefd. Bovendien gaat de steun voor onderwijs in het Zuiden niet naar de landen met grootste noden. De kloof tussen de beschikbare middelen voor onderwijs (van overheden in het Zuiden en donoren samen) en de middelen die nodig zijn om alle kinderen wereldwijd lager en middelbaar onderwijs te laten volgen is de laatste jaren dan ook gestegen tot een tekort van 26 miljard US dollar per jaar.
Onderwijs heeft nochtans een bewezen impact op de brede economische en menselijke ontwikkeling. Investeringen via ontwikkelingssamenwerking in de onderwijssector in het Zuiden dragen ook bij aan de ontwikkeling in andere sectoren en domeinen van de samenleving:

  • onderwijs leidt tot inkomensverhoging en economische groei. Een extra jaar scholing resulteert in een toename van het individueel inkomen met 10 %, terwijl elk bijkomend gemiddeld scholingsjaar het jaarlijks bruto binnenlands product vooruit stuwt met 0,37 %
  • onderwijs leidt tot de verbetering van de gezondheid. Zo leidt elk extra scholingsjaar voor moeders tot een vermindering van de kindersterfte van 5 tot 10 % en draagt onderwijs bij aan de preventie van ziekten zoals malaria, hiv/aids,…
  • onderwijs leidt tot meer gendergelijkheid. Investeringen in onderwijs voor meisjes bijvoorbeeld kunnen het landbouwrendement in Sub-Sahara Afrika met 25 % verhogen
  • onderwijs leidt tot meer bewustwording over klimaatsverandering, het verminderen van CO2-uitstoot en het leren omgaan met de gevolgen ervan
  • onderwijs speelt een rol in de vredesopbouw en het stimuleren van democratie
  • onderwijs is een fundamenteel mensenrecht dat werd opgenomen in het meest geratifi ceerde mensen- rechtenverdrag, het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK)

De Belgische ontwikkelingssamenwerking investeert al verschillende decennia systematisch in het realiseren en verbeteren van onderwijs in het Zuiden. Al sinds de wet betreffende de internationale samenwerking van 25 mei 1999 is “onderwijs en vorming” één van concentratiesectoren van de Belgische ontwikkelingssamenwerking. Deze keuze voor onder- wijs als prioriteit voor de Belgische ontwikkelingssamenwerking naast basisgezondheidszorg, landbouw en voedselveiligheid en basisinfrastructuur werd opnieuw bevestigd in de huidige wet op de Belgische Ontwikkelingssamenwerking van 19 maart 2013.

De Belgische ontwikkelingssamenwerking investeerde de laatste 30 jaar jaarlijks gemiddeld ongeveer 8 % van de totale officiële ontwikkelingssamenwerking (ODA) in de onderwijssector. Ter vergelijking: voor de sectoren gezondheidszorg en land- en bosbouw bedragen de investeringen respectievelijk 10,3 % en 9 %. Sinds 2009 loopt de Belgische steun aan onderwijs in het Zuiden echter terug.

De Belgische bilaterale samenwerking in de onderwijssector beperkt zich de laatste jaren tot 4 van de 18 partnerlanden: Burundi, DRC, Oeganda en de Palestijnse gebieden. Aangezien de prioriteiten voor de bilaterale samenwerking in principe gedurende drie opeenvolgende Indicatieve Samenwerkingsprogramma’s (ISP) dezelfde dienen te blijven, betekent dit dat, indien er geen openheid is om de prioriteiten te herbekijken, onderwijs de volgende 8 tot 10 jaar een zeer beperkte plaats zal innemen in de Belgische bilaterale samen- werking. Nochtans zijn er verschillende Belgische partnerlanden, vooral in West-, Centraal- en Oost-Afrika die met bijzonder grote uitdagingen kampen op het vlak van de toegang tot en de kwaliteit van hun onderwijssystemen. Een grondige analyse van de onderwijssector in deze landen zou sterke argumenten kunnen opleveren om de prioriteiten voor de Belgische samenwerking in deze landen te heroriënteren. Jammer genoeg worden sectoranalyses in de voorbereiding van een nieuw ISP enkel uitgevoerd voor de prioriteitssectoren van het bestaande ISP.

De beperkte aandacht van de Belgische bilaterale samenwerking voor de onderwijssector uit zich ook in een beperkte aanwezigheid van onderwijsspecialisten in de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, zowel op het terrein als op de hoofdzetel.

Op het vlak van de multilaterale samenwerking heeft de Belgische ontwikkelingssamenwerking de laatste jaren sterk ingezet op het verhogen van de jaarlijkse bijdrage aan het Global Partnership for Education. Deze inspanning is bewonderenswaardig en dient ook in de toekomst volgehouden te worden, maar ontslaat de Belgische ontwikkelingssamenwerking niet van de verplichting om ook in haar gouvernementele en niet- gouvernementele ontwikkelingssamenwerking te blijven inzetten op de onderwijssector. Complementair aan de multilaterale (hoofdzakelijk financiële) bijdragen is er immers een grote behoefte aan de technische kennis, expertise en ervaring van bilaterale en niet-gouvernementele ontwikkelingspartners in de onderwijssector.

De Belgische financiële steun aan onderwijs in het Zuiden werd de laatste decennia gedomineerd door uitgaven in de sector van het hoger onderwijs (bijna 70 % in 2011).

Een aanzienlijk deel van deze steun bestaat uit studie- beurzen, studiebeurzen die bovendien vaak niet gericht zijn op het verbeteren van onderwijssystemen en/of de onderwijssector in ontwikkelingslanden zelf maar hun finaliteit hebben in de ondersteuning van een ander beleidsdomein, bijvoorbeeld de landbouw- of gezondheidssector. Nochtans stelt het OESO DAC dat het de finaliteit van een activiteit of programma is die bepaalt aan welke sector een uitgave moet worden toegewezen. Een groot deel van wat België rapporteert als steun aan de onderwijssector hoort dus in feite niet thuis in deze categorie (een doctoraatsbeurs in de landbouwsector draagt bij aan de versterking van de landbouwsector, niet de versterking van de onderwijssector). De werkelijke Belgische steun aan de onderwijssector in het Zuiden wordt dan ook danig overschat. Bij gebrek aan openbaar beschikbare informatie blijkt het bovendien ook na bijkomend onderzoek moeilijk om exact vast te stellen welk deel van de steun aan de sector van het hoger onderwijs wel ten goede komt aan de versterking van onderwijs in het Zuiden zelf. Hierdoor kampt de Belgische steun aan onderwijs in het Zuiden met een duidelijk gebrek aan transparantie. Hoewel de strategienota’s “Onderwijs en vorming” van 2002 (recentelijk ook die van 2013) en de grote thematische evaluatie van het Belgische ontwikkelingsbeleid in de onderwijssector van 2007 beiden pleitten voor een grotere inzet op de subsector van het basisonderwijs, daalde het relatieve aandeel van basisonderwijs in de totale ODA voor onderwijs sinds 2004 jaar na jaar (van 14 % in 2003 tot 11 % in 2011).

Ik diende daarom samen met collega Steven Vanackere een resolutie in.

 

Agenda

Mijn agenda voor de week van

20 tot 26 november 2017.

Twitter

Nieuwsbrief

Wil je inschrijven voor de nieuwsbrief, klik hier

Laatste foto's